Farmacogenetica

  • Verschillen in genetische profielen van patiënten o.b.v. farmacogenetische diagnostiek (PGx) kunnen een oorzaak zijn voor verschillen tussen patiënten in effectiviteit en bijwerkingen van een geneesmiddel.
  • Van de patiënten in Nederland heeft 95% ten minste één afwijking in het panel van genen waarvoor een advies beschikbaar is.
  • Farmacogenetische testen worden in de regel vergoed als een patiënt ernstige bijwerkingen heeft of als het medicijn onverwacht ineffectief is.
  • Als huisarts kan je bij het voorschrijven van deze medicijnen rekening houden met het farmacogenetisch profiel van een individuele patiënt door deze in het HIS te koppelen aan de juiste contra-indicatie.

ALLES OPENEN
  • Achtergrond

    Farmacogenetica is het vakgebied waarin men kijkt naar de invloed van variaties in het DNA op de respons van een individu op medicijnen. Met farmacogenetisch onderzoek probeert men de behandeling met medicijnen voor een individueel persoon te verbeteren door rekening te houden met zijn of haar genetisch profiel. 

  • Cytochroom P450

    De meeste medicijnen worden gemetaboliseerd door cytochroom P450 (CYP450) enzymen in de lever. 

    Er zijn een kleine zestig CYP450 enzymen bekend. De belangrijkste CYP450 enzymen voor het metabolisme van medicijnen bij de mens zijn CYP1A2, CYP2C8, CYP2C9, CYP2C19, CYP2D6 en CYP3A4.

    Naast de CYP450 enzymen zijn er nog andere enzymen betrokken bij het metabolisme van medicijnen, zoals bijvoorbeeld Dihydropyrimidine Dehydrogenase (DPYD), Thiopurine-S-Methyltransferase (TPMT), UDP-Gluconoryltransferase (UGT) 1A1, Vitamine K—Epoxide-Reductase (VKORC1) en anderen.

    Elk van de bovengenoemde enzymen wordt gecodeerd door zijn eigen gen. Van deze genen bestaan verschillende varianten (polymorfismen) die kunnen leiden tot een verminderde of verhoogde activiteit van het betreffende enzym en dus een verminderde of verhoogde metabolisering van medicijnen. Dit verklaart gedeeltelijk waarom mensen een verschillende respons hebben op een bepaald medicijn.

  • Toepassing in de huisartsenpraktijk

    Ongeveer 95% van de patiënten in Nederland heeft ten minste één afwijking in het panel van genen waarvoor een advies beschikbaar is. De combinatie van een DNA-profiel met een afwijkend of variërend gen en gebruik van een specifiek geneesmiddel leidde in onderzoek bij ruim 30% van de patiënten tot een klinisch relevante gen-geneesmiddelinteractie.

    Van de geneesmiddelen waarvoor de KNMP een doseringsadvies geeft op basis van het genotype worden er zeker 20 regelmatig voorgeschreven in de eerste lijn, zoals simvastatine, acenocoumarol, citalopram en omeprazol.

    Je kan als huisarts aan farmacogenetisch onderzoek denken bij patiënten met bijwerkingen van medicatie, in het bijzonder als dit bij meerdere medicijnen het geval is; patiënten waarbij het effect van medicatie ondanks een normale therapeutische dosering uitblijft; of patiënten met een familielid met een bekende afwijkende reactie op een geneesmiddel. Het NHG-standpunt Farmacogenetica bevat een beslisboom t.a.v. het doen van farmacogenetisch onderzoek.

    Als huisarts kan je bij het voorschrijven van deze medicijnen rekening houden met het farmacogenetisch profiel van een individuele patiënt door deze in het HIS te koppelen aan de juiste conrta-indicatie

  • Aanvragen farmacogenetische testen

    Huisartsen kunnen tegenwoordig farmacogenetische testen aanvragen met een aanvraagformulier, waarna het bloed van de patiënt verstuurd wordt naar een ziekenhuis waar de testen worden uitgevoerd. De geaccrediteerde laboratoria waarin deze testen worden uitgevoerd zijn aangesloten bij het Netwerk Klinische Farmacogenetica Nederland. Een overzicht van de labs vindt u op de website van Netwerk Klinische Farmacogenetica Nederland.

  • Vergoeding

    Kosten kunnen verschillen per enzym en per lab en uiteenlopen van enkele tientallen tot een paar honderd euro per bepaling (enzym). Kosten bij onderzoek van meerdere enzymen tegelijk (zoals bijv. bij een farmacogenetisch paspoort kunnen daarmee een paar honderd euro bedragen.

    In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de kosten voor CYP2D6 en CYP2C19 bij verschillende labs (maart 2020, bron):

    Instelling/ziekenhuis tarief CYP2D6 (euro) tarief CYP2C19 (euro)
    Erasmus MC 184,50 82,50
    St. Jansdal 333,44  83,36 
    MUMC+ 66,35 66,35
    Catharina ziekenhuis 158,29 94,34
    Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis 195,70 195,70
    Medlon  69,00 69,00
    Isala   190,11
    Jeroen Bosch ziekenhuis 186,38  

    De kosten van het farmacogenetisch onderzoek dat uitgevoerd is nadat ernstige bijwerkingen of onverwachte ineffectiviteit is vastgesteld, worden in principe vergoed. Dit is echter afhankelijk van de verzekeraar en gaat af van het eigen risico. 

    Over de kosten/vergoeding van farmacogenetisch onderzoek kan de patiënt daarom het beste contact opnemen met de zorgverzekeraar.

  • Informatie per geneesmiddel

    De volgende tabellen op farmacogenetica.nl bevatten de informatie van geneesmiddel naar gen of gen naar geneesmiddel. Zo kunt u bij beschikbaarheid van het farmacogenetisch profiel van uw patiënt zien of er een mogelijke relatie bestaat tussen bijwerkingen (zie hiervoor ook farmacotherapeutischkompas.nl) of ineffectiviteit bij gebruik van een geneesmiddel of als u een geneesmiddel zou willen gaan voorschrijven.

  • Invoeren genotypes in het HIS

    Wanneer een patiënt een farmacogenetisch onderzoek heeft gehad  ontvangt u hier bericht van. Voor de farmacogenen waar in deze studie op wordt getest worden de gevonden genotypes vertaald in fenotypes (bijv. extensive, intermediate, poor of ultra-rapid metabolizer). Soms wordt de uitslag anders doorgegeven, bijvoorbeeld CYP2C19 *1/*2. In de genteksten op de KNMP website kunt u zo nodig nazoeken met welk van de genoemde contra-indicaties dit correspondeert (let op, voor elk enzym is een aparte tekst).Door het fenotype in te voeren onder contra-indicaties in het HIS kan er bij deze patiënt nu bewaakt worden op basis van het fenotype. Het HIS hoort na het voorschrijven van medicatie die wordt beïnvloed door het betreffende enzym een waarschuwing en advies voor een aangepaste dosering of alternatief geneesmiddel te tonen. Let er hierbij op dat medicatiebewaking in de regel alleen plaatsvindt bij starten of wijzigen van een geneesmiddel (en controleer dus de medicatie waarmee patiënt al bekend was op dosering en geneesmiddelkeuze). Het is belangrijk deze informatie, met toestemming van patiënt, te delen met andere zorgverleners zoals de apotheker. Apothekers kennen hun eigen informatiesystemen voor medicatiebewaking.

  • Bronnen

    Zie ook gerelateerde links

  • Laatste revisie

    9 oktober 2020