Veelvoorkomende misverstanden

Er bestaan veel misverstanden rondom het onderwerp erfelijkheid. Het is belangrijk om u als huisarts hiervan bewust te zijn, zodat u waar nodig kunt bijsturen.

Veelvoorkomende misvattingen over genetica en risico’s

Mensen kunnen denken dat…

  • ..de kans om een aandoening te erven groter is naarmate je meer op iemand lijkt. Bijvoorbeeld: ‘Mijn vader heeft de aandoening, maar ik lijk op mijn moeder, dus er is voor mij geen probleem.’
  • ..ziektes die alleen bij vrouwen voor lijken te komen (bijvoorbeeld borstkanker) alleen overgeërfd kunnen worden via de maternale lijn.
  • ..een aandoening alleen voor komt bij één geslacht binnen de familie. Bijvoorbeeld dat als de ziekte van Huntington binnen een familie alleen bij mannen voorkomt, een vrouw de ziekte dan niet kan krijgen.
  • ..er op het moment dat er genetisch onderzoek is gedaan naar één aandoening, onderzoek is gedaan naar elke genetische aandoening.
  • ..als iemand een gemuteerd gen heeft, hij/zij de aandoening ook zeker krijgt. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb het borstkanker-gen, dus ik krijg borstkanker.’
  • ..een risico op een ziekte al is ‘opgebruikt’. Dat bij een kans van 1 op 4 de volgende drie kinderen ‘veilig’ zullen zijn wanneer er één kind met de aandoening geboren is.
  • ..als een aandoening dominant wordt overgeërfd, het gemuteerde gen dan ‘sterker’ is en vaker zal worden doorgegeven. Dat er dus meer personen mét dan zónder de ziekte zijn.
  • ..ze een ‘verhoogde vatbaarheid’ hebben wanneer een onwaarschijnlijke gebeurtenis hen al een keer is overkomen (zoals een zwangerschap met foetale abnormaliteit). Het is dan soms moeilijk te begrijpen dat herhaling erg onwaarschijnlijk is.
  • ..zij geen verzekering meer kunnen afsluiten (en dus bijvoorbeeld geen huis meer kunnen kopen) wanneer zij erfelijkheidsonderzoek hebben laten uitvoeren. Deze angst is meestal onterecht.

Contact