Non-directieve counseling

Non-directieve counseling is van belang in verband met de autonomie van de patiënt. De patiënt moet zijn/haar eigen keuzes kunnen maken uit de verschillende behandelingsopties.

Als de arts ongevraagd advies geeft bij erfelijkheidsvragen, kan dit leiden tot:

  • Beperking van de keuzevrijheid van de patiënt.
  • Verstoring in de arts-patiëntrelatie doordat de patiënt het gevoel krijgt dat hij/zij niet begrepen wordt.
  • Meningsverschillen over wat wel of niet verantwoord is aangezien over gezondheidsrisico’s voor het nageslacht geen gouden standaard bestaat.

Toch kan de arts soms afwijken van het advies om rond genetische onderwerpen non-directieve counseling toe te passen, bijvoorbeeld:

  • Als de patiënt nadrukkelijk en herhaaldelijk om advies vraagt.
  • Als de wilsbekwaamheid van de patiënt onvoldoende wordt geacht. In dit geval wordt de counseling geleid door andere beginselen, zoals het niet schaden.
  • Als er een extreem groot risico bestaat op een aandoening en gezondheidsschade voor een kind. In dit geval moet de arts benadrukken dat het om het een persoonlijke mening gaat en alleen niet-dwingende argumenten gebruiken.
  • Als er primaire en secundaire preventiemogelijkheden zijn voor het behoud van de gezondheid of verbeteren van de prognose, zoals het geven van foliumzuur bij zwangerschap.
  • Als de belangen van familieleden zo groot zijn dat ongevraagd advies gerechtvaardigd is.

Lees verder bij Ethiek bij erfelijkheidsonderzoek.

Auteurs
dr. Isa Houwink, huisarts, Erfocentrum/VUmc/MUMC
drs. Jouke Janssen, medisch student
 
Redactie
drs. Marloes Brouns-van Engelen, Erfocentrum