Hartritmestoornissen

Hartritmestoornissen kunnen zowel erfelijke als niet erfelijke oorzaken (bepaalde medicatie, hyperthyreoïdie, hartinfarct) hebben.

De erfelijke hartritmestoornissen worden onderscheiden in de primaire – en secundaire aritmieën.

• Bij primaire aritmieën is sprake van een hartritmestoornis in een structureel normaal hart. Dat wil zeggen dat er geen zichtbare afwijkingen aan de hartspier zijn. In deze groep aandoeningen is de functie van de ionkanelen in het hart gestoord. Dit leidt tot een verstoorde elektrische geleiding waardoor ritmestoornissen ontstaan.

Voorbeelden zijn: het lange QT syndroom (LQTS), het Brugadasyndroom en catecholamine geïnduceerde ventrikeltachycardie (CPVT).

Secundaire aritmieën ontstaan in een structureel afwijkend hart (zoals bij de cardiomyopathieën)

De erfelijke hartritmestoornissen kunnen leiden tot levensbedreigende ritmestoornissen, maar niet iedereen ontwikkelt klachten. Als er een erfelijke oorzaak wordt vastgesteld, kan dit consequenties hebben voor de behandeling en controle adviezen. Daarnaast is er vaak ook gezondheidswinst voor de familieleden te behalen, omdat zij zo nodig tijdig preventieve maatregelen kunnen nemen.

Overerving van de erfelijke hartritmestoornissen is meestal autosomaal dominant, waarbij elk kind (jongen of meisje) 50% kans heeft om de afwijking te krijgen. Een enkele keer is de overerving van een erfelijke hartritmestoornis autosomaal recessief.

Zie ook onze pagina met verwijscriteria voor de cardiogenetica.

Meer informatie

Contact