Genetische aandoeningen

Monogene erfelijke aandoeningen
Een monogeen erfelijke ziekte wordt veroorzaakt door één afwijking in een gen (het erfelijk materiaal). Voorbeelden zijn de ziekte van Huntington, cystische fibrose en borstkanker door een mutatie in een BRCA-gen. Monogeen erfelijke aandoeningen kunnen op verschillende manieren overerven. Deze staan beschreven in Overerving.

Veelvoorkomende complexe aandoeningen (Multifactoriële aandoeningen)
Huisartsen komen vaker in aanraking met patiënten met multifactoriële aandoeningen. Deze worden veroorzaakt door zowel erfelijke als omgevingsfactoren.
Multifactoriële overerving leidt tot een clustering van gevallen binnen een familie, zonder dat er herkenbare patronen zijn zoals die voorkomen bij monogenetische afwijkingen.

Voorbeelden van mulitfactoriële aandoeningen met een dergelijke genetische component zijn:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Image credit: alexraths / 123RF Stockfoto

Casuistiek kan de verschillende vormen van overerving verduidelijken. Deze casuistiek kunt u zelfstandig doornemen, maar bijvoorbeeld ook gebruiken bij de voorbereiding van nascholing (voor huisartsen) over erfelijke aandoeningen.

Zeldzame ziektes
Aandoeningen die bij minder dan 1 op de 2.000 mensen voorkomen worden als ‘zeldzaam’ beschouwd. Bij dergelijke ziektes spelen genetische factoren vaak een rol. Bij het vermoeden van een zeldzame ziekte kan de huisarts verwijzen naar een afdeling Klinische Genetica.