Casus 11: Waarom heeft mijn zoon neurofibromatose?

James Harris heeft neurofibromatose type 1. Hij heeft de typische huidkenmerken (verschillende ‘café-au-lait’-plekken) en zijn ontwikkeling gaat langzamer dan verwacht. Op een leeftijd van 2 jaar, verergerde zijn conditie snel en kreeg hij terugkerende schreeuwaanvallen. Vanwege de ernst van James’ aandoening is, zijn moeder bang dat zij een verhoogd risico heeft op het krijgen van nog een kind met neurofibromatose.

De stamboom van James Harris

 

 
Vraag
Hoe komt het dat James de enige is met neurofibromatose type 1 in zijn familie?

Interpretatie
Neurofibromatose type 1 wordt overgeërfd als een dominante aandoening. Toch hebben, zoals te zien is in de stamboom, geen van beide ouders van James neurofibromatose type 1. Hoe kan dit dan toch voorkomen bij James?

Erfelijkheidsoverwegingen

  • Het kan gaan om een nieuwe mutatie, waarbij de verandering is opgetreden bij de productie van de eicel of spermacel. Julian Harris was 48 toen James werd geboren; het is bekend dat nieuwe dominante mutaties een relatie hebben met een verhoogde paternale leeftijd.
  • Er kan sprake zijn van variatie in expressie, zoals bij sommige dominante aandoeningen het geval kan zijn. Als de ziekte penetrant is, heeft iemand kenmerken van de aandoening, maar het aantal symptomen en de ernst ervan verschillen (dus: variatie in expressie). In Casus 4 zien we dit fenomeen ook bij de familie met osteogenesis imperfecta.
  • Het kan ook zijn dat de vader van James niet zijn biologische vader is. Maar als ouders genetisch advies inwinnen, wordt deze informatie gewoonlijk correct verstrekt.

Naschrift

  • Als het hier gaat om een nieuwe mutatie, is de kans dat James’ ouders nog een kind met neurofibromatose krijgen klein. In dit geval kan James het veranderde gen echter wel doorgeven aan zijn kinderen.
  • Als het gaat om variatie in expressie, is het van belang om andere familieleden te onderzoeken op de aandoening alvorens aan te nemen dat iemand een autosomaal dominante aandoening heeft als gevolg van een nieuwe mutatie. Bij onderzoek van James’ familieleden bleek dat de huidkenmerken van neurofibromatose ook bij James’ moeder en maternale opa voorkwamen. De kans dat James’ ouders nog een kind met neurofibromatose krijgen is dan 1 op 2. De ernst is echter niet te voorspellen (zoals ook blijkt uit het familieverhaal).

Auteurs
dr. Isa Houwink, huisarts, Erfocentrum/VUmc/MUMC
drs. Jouke Janssen, medisch student

Redactie
drs. Marloes Brouns-van Engelen, Erfocentrum

Stel een vraag