Casus 1: Een familiaire geschiedenis van hartaanvallen

Stephen Bell is 25 jaar en is bang dat hij een verhoogd risico heeft op dezelfde aandoening als zijn 30-jarige broer Chris. Die woont in Australië en is zojuist opgenomen met een hartaanval. Chris rookt 10 sigaretten per dag.
Peter Bell (Stephens vader) kwam op 35-jarige leeftijd om bij een verkeersongeluk: hij reed zonder aanwijsbare reden achterop een stilstaande vrachtwagen. Bij de lijkschouwing werd coronair arterieel vaatlijden vastgesteld.

Vragen

  • Zijn deze gebeurtenissen aan elkaar te relateren? Zo ja, wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
  • Is hier sprake van een genetische aandoening? Zo ja, wijst het patroon van de aangedane personen op een bepaalde manier van overerving?

Interpretatie
De eerste stap is te bepalen wie binnen de familie wel en niet is ‘aangedaan’. Vier mensen (John, Trevor, Ruth en Chris Bell) hebben hartaanvallen gehad, vaak op jongere leeftijd dan ‘gebruikelijk’. Omdat Peter zonder aanwijsbare reden achterop een stilstaande vrachtwagen reed, vraagt de familie zich af of hij misschien een hartaanval heeft gehad ten tijde van het ongeluk. Bij lijkschouwing is bij Peter namelijk atherosclerose ontdekt.

Bij het markeren van de aangedane personen ziet de stamboom er als volgt uit:

 

Erfelijkheidsoverwegingen
Dit patroon zou aan toeval kunnen worden toegeschreven, omdat atherosclerose in de algemene populatie veel voorkomt (in geïndustrialiseerde landen loopt de doodsoorzaak op tot 50%). Maar meestal treedt dit op latere leeftijd op dan in deze familie.
Van de factoren die in verband gebracht worden met atherosclerose, is een verhoogd LDL-gehalte genetisch bepaald. De overige oorzaken (roken, dieet met veel verzadigde vetzuren, weinig lichaamsbeweging en alcoholgebruik) zijn allemaal omgevingsfactoren. Opvallend is dat enkele aangedane mensen niet roken.
Het lijkt onwaarschijnlijk dat alleen omgevingsfactoren debet zijn aan de aandoening, omdat deze in de familie al gedurende drie generaties en op verschillende locaties (waaronder Australië) voorkomt.

Uit de stamboom kunnen we het volgende herleiden:

  • De aandoening komt voor in drie generaties
  • Zowel mannen als vrouwen hebben de aandoening
  • Er is sprake van man-op-man overdracht (dus is het niet X-chromosomaal)
  • Aangedane ouders hebben zowel kinderen mét als zonder de aandoening

Naschrift
Dit overervingspatroon wijst op een autosomaal dominante aandoening. Dit werd bevestigd door de diagnose van familiaire hypercholesterolemie bij Chris Bell.
In dit geval heeft ieder kind van een aangedane ouder een kans van 1 op 2 op de aandoening.

Auteurs
dr. Isa Houwink, huisarts, Erfocentrum/VUmc/MUMC
drs. Jouke Janssen, medisch student

Redactie
drs. Marloes Brouns-van Engelen, Erfocentrum

Stel een vraag