Beroepsgeheim en genetische counseling

Het beroepsgeheim kan binnen de genetische counseling lastig zijn. Als er een risico op een aandoening bestaat voor familieleden, dan zal de arts de patiënt vragen hen in te lichten. Hoewel dit tegen het recht van het niet-weten ingaat, wordt zo mogelijk ernstige gezondheidsschade bij verwanten voorkomen. Een dilemma ontstaat wanneer de patiënt geen gehoor wil geven aan het verzoek om zijn familieleden in te lichten, noch de arts wil ontslaan van zijn zwijgplicht.

Verantwoord doorbreken zwijgplicht
In de internationale ethische literatuur domineert de opvatting dat de arts ook zonder toestemming van de patiënt zijn verwanten kan inlichten. Het gaat hier altijd om een delicate afweging van verschillende relevante factoren. De volgende criteria kunnen daarbij handvatten geven:

  • Redelijke inspanningen om toestemming te krijgen hebben gefaald.
  • De arts verkeert in gewetensnood door handhaving van de zwijgplicht.
  • Er is een groot risico dat het niet informeren van de betrokken verwanten ernstige schade of leed veroorzaakt.
  • Het is vrijwel zeker dat door het verstrekken van informatie deze schade wordt voorkomen of beperkt.
  • De privacy wordt zo min mogelijk aangetast. Er wordt niet meer informatie verstrekt dan nodig is ter voorkoming van de schade.
  • De patiënt wordt op de hoogte gesteld van het feit dat de arts zijn zwijgplicht zal doorbreken.

Bron: Schrander-Stumpel CTRM (red.). Klinische genetica. Serie Praktische Huisartsgeneeskunde. Houten: Bohn, Stafleu Van Loghum, 2005

Auteurs
dr. Isa Houwink, huisarts, Erfocentrum/VUmc/MUMC
drs. Jouke Janssen, medisch student

Redactie
drs. Marloes Brouns-van Engelen, Erfocentrum
dr. Kristien Hens, Maastricht University 

Contact